Klaar voor Google, onzichtbaar voor AI: wat 200 gescande websites laten zien
Eigen onderzoek op 200 willekeurig gekozen Belgische websites: gemiddeld 69 op klassieke SEO en 40 op AI-vindbaarheid. Eén site van de 200 scoort goed op GEO

Samenvatting
- Gemiddeld 69,1 op klassieke SEO tegenover 39,5 op AI-vindbaarheid over 200 willekeurig gekozen Belgische websites, een kloof van 29,6 punten op dezelfde schaal van honderd
- Precies één site van de 200 haalt 80 of meer op AI-vindbaarheid, tegenover 67 sites op klassieke SEO; 195 van de 200 (97,5%) scoren lager op GEO dan op SEO
- Hoe beter de SEO, hoe breder de kloof: bij sites met een SEO vanaf 90 loopt het verschil op tot 45,9 punten, want hun GEO-score blijft steken rond 50
- Geen enkele van de 200 sites heeft de vier kernsignalen op orde (gestructureerde data, Organization, WebSite en Person); 119 sites hebben er geen enkele, en 153 missen elk bruikbaar Organization-schema
- Willekeurig getrokken uit de .be-domeinen in de Tranco-lijst, allemaal gemeten op 18 augustus 2026; 44 van de 244 getrokken sites waren niet meetbaar en dat aantal staat gewoon in de methodologie
- ClickForest zelf haalt 100 op 100 op diezelfde twintig controles, maar stond bewust buiten de steekproef; het artikel geeft de werkwijze in plaats van alleen het cijfer
Twee jaar geleden was “vindbaar zijn” één vraag: sta je in Google. Vandaag zijn het er twee, want een groeiend deel van je publiek stelt zijn vraag aan ChatGPT, Perplexity of de AI Overview boven de zoekresultaten. Die twee vragen worden zelden samen gemeten. Wij hebben dat wel gedaan, op 200 willekeurig gekozen Belgische websites, en één cijfer vat de uitkomst samen: van die 200 haalt er precies één een goede score op AI-vindbaarheid.
Hoe groot is de kloof tussen SEO en AI-vindbaarheid?
Bijna dertig punten. Over 200 gemeten websites is de gemiddelde SEO-score 69,1 en de gemiddelde GEO-score 39,5, op dezelfde schaal van honderd. De klassieke vindbaarheid is dus redelijk op orde, terwijl de vindbaarheid voor AI-antwoorden er ver achter loopt. Die kloof van 29,6 punten is de kern van dit onderzoek.
De verdeling maakt het scherper dan het gemiddelde. Een derde van de sites haalt 80 of meer op SEO. Op GEO haalt één site van de 200 dat.
| Score | Aantal sites op SEO | Aantal sites op GEO |
|---|---|---|
| 80 tot 100 | 67 sites (34%) | 1 site (1%) |
| 60 tot 79 | 73 sites (37%) | 39 sites (20%) |
| 40 tot 59 | 36 sites (18%) | 43 sites (22%) |
| 0 tot 39 | 24 sites (12%) | 117 sites (59%) |
Anders gezegd: bijna zes op de tien sites zit op GEO onder de veertig, terwijl maar iets meer dan één op de tien daar op SEO zit. De mediaan bevestigt het beeld, met 70 op SEO tegenover 35 op GEO.
Waarom scoort bijna elke site lager op GEO dan op SEO?
Omdat de twee disciplines een verschillende leeftijd hebben. Van de 200 sites scoren er 195 lager op GEO dan op SEO, dat is 97,5 procent. Vijf sites doen het omgekeerde. Zo’n eenzijdige uitkomst wijst niet op toeval maar op een structureel verschil in wat er standaard geleverd wordt.
Klassieke SEO is twintig jaar lang ingebakken geraakt in elk courant systeem. Een moderne site krijgt zijn title, viewport en indexeerbaarheid vanzelf, of via een plug-in die iemand ooit installeerde. Onze meting bevestigt dat: op indexeerbaarheid faalt 2 procent, op de viewport-tag 4 procent en op het lang-attribuut 10 procent. Dat is de erfenis van twee decennia gereedschap.
De signalen waar AI-systemen op steunen zijn een pak jonger en zitten in geen enkele standaardinstallatie. Gestructureerde data over wie je bent, waar je voor staat en wie er achter je bedrijf zit moet iemand bewust toevoegen. Er bestaat geen vinkje dat het aanzet. Precies daar valt de score weg, en dat verklaart waarom de kloof zo systematisch één kant op wijst.
Wordt de kloof kleiner bij sites die hun SEO wél op orde hebben?
Nee, hij wordt groter, en dat is de opvallendste uitkomst van deze meting. Hoe beter een site scoort op klassieke SEO, hoe breder het gat met zijn AI-vindbaarheid.
| Groep | Sites | SEO | GEO | Kloof |
|---|---|---|---|---|
| Alle gemeten sites | 200 | 69,1 | 39,5 | 29,6 |
| Sites met SEO onder 60 | 60 | 44,9 | 24,5 | 20,4 |
| Sites met SEO vanaf 80 | 67 | 89,4 | 50,1 | 39,3 |
| Sites met SEO vanaf 90 | 29 | 96,2 | 50,3 | 45,9 |
Lees die laatste rij nog eens. De 29 sites die op klassieke SEO boven de 90 uitkomen, dus de beste leerlingen van de klas, blijven op AI-vindbaarheid steken op 50,3. Hun GEO-score is nauwelijks hoger dan die van de groep met een SEO onder de 60, terwijl hun SEO-score meer dan het dubbele is.
Goed presteren op klassieke SEO neemt de AI-vindbaarheid dus niet mee. Dat is contra-intuïtief, want het gaat om dezelfde pagina’s en vaak om dezelfde mensen die eraan werken. De verklaring zit in de aard van het werk: wie zijn SEO serieus neemt, optimaliseert titels, snelheid, interne links en content. Geen van die vier raakt aan de vraag of een taalmodel begrijpt welk bedrijf er achter de site zit.
Welke AI-signalen ontbreken het vaakst?
De vijf meest gemiste signalen zijn alle vijf GEO-signalen. Pas op de zesde plaats verschijnt een klassieke SEO-check. De kolom “ontbreekt volledig” telt de sites waar het signaal er helemaal niet is; “niet in orde” telt daar de sites bij waar het onvolledig is.
| Signaal | Soort | Ontbreekt volledig | Niet in orde |
|---|---|---|---|
| FAQ-schema of zichtbare FAQ | GEO | — | 197 sites (99%) |
| Person-schema | GEO | — | 196 sites (98%) |
| Organization-schema | GEO | 153 sites (77%) | 191 sites (96%) |
| WebSite-schema | GEO | 144 sites (72%) | 170 sites (85%) |
| Vraag-headings in de content | GEO | — | 158 sites (79%) |
| Open Graph-tags | SEO | 83 sites (42%) | 129 sites (65%) |
| Gestructureerde data aanwezig | GEO | 119 sites (60%) | 119 sites (60%) |
| Merknaam verankerd in de tekst | GEO | 64 sites (32%) | 112 sites (56%) |
Drie regels dragen een streepje in de eerste kolom. Die signalen kunnen in onze scan niet hard falen: ze zijn er of ze zijn er niet, en ontbreken levert een waarschuwing op in plaats van een fout. Inhoudelijk betekent 99 procent daar gewoon: op 197 van de 200 sites staat geen enkele vraag met een antwoord eronder.
De opvallendste regel is de zevende. Op 119 van de 200 sites staat helemaal geen gestructureerde data. Geen enkel blokje JSON-LD, nergens. Dat is niet een kwestie van een onvolledig ingevuld veld; dat is een site die zichzelf op geen enkele manier machineleesbaar voorstelt.
Wat betekent een ontbrekend Organization-schema concreet?
Dat een AI-systeem moet raden wie je bent. Het Organization-schema is het blok gestructureerde data dat letterlijk zegt: dit bedrijf heet zo, staat op dit adres, heeft dit logo en is op deze profielen terug te vinden. Zonder dat blok kan een model je merknaam alleen uit lopende tekst afleiden, en dan concurreert je bedrijfsnaam met elk ander voorkomen van datzelfde woord op het internet.
De cijfers zijn hier het scherpst van het hele onderzoek. Van de 200 sites hebben er 153 helemaal geen bruikbare Organization-node, ruim drie kwart. Nog eens 38 hebben er wel een, maar onvolledig: naam en URL staan er, en dan ontbreekt het logo, de contactgegevens of het sameAs-veld. Precies negen sites van de 200 hebben een compleet Organization-schema. Dat is vier en een halve procent.
Dat sameAs-veld is daarbij het meest onderschatte onderdeel. Het is de lijst met je andere officiële profielen, van LinkedIn tot je Google-bedrijfsprofiel, en het is voor een AI-systeem de manier om te bevestigen dat het bedrijf op jouw site hetzelfde bedrijf is als dat in zijn trainingsdata. Wie dat veld weglaat, laat de bevestiging weg. Hoe je zo’n node correct opbouwt staat in onze gids over JSON-LD implementeren.
Waarom missen negen op de tien sites een Person- en een FAQ-signaal?
Omdat beide pas nut kregen toen AI-antwoorden opkwamen, en er in de klassieke SEO-checklist nooit iets over stond. Op 196 van de 200 sites ontbreekt een Person-schema. Op 197 sites ontbreekt zowel FAQ-markup als een zichtbare vraag-en-antwoordsectie. Op 158 sites staan er geen vraag-headings in de tekst.
Het Person-schema koppelt een echte naam aan je bedrijf: de oprichter, de auteur, de expert. Voor een taalmodel dat probeert in te schatten of een bron betrouwbaar is, is een benoemd mens een sterker signaal dan een anonieme bedrijfspagina. Vier sites van de 200 hebben dat.
De FAQ-vaststelling vraagt een kanttekening die je elders zelden leest. Google toont sinds 2023 vrijwel geen FAQ-rich-results meer en heeft de documentatie erover in juni 2026 helemaal verwijderd. Voor klassieke SEO is FAQ-markup dus zo goed als waardeloos geworden. Voor AI-vindbaarheid is ze dat niet, want een vraag met een kort en volledig antwoord eronder is precies het formaat waarin een taalmodel citeert. Wie FAQ’s weghaalde omdat de rich results verdwenen, heeft daarmee zonder het te weten een citatiekans opgegeven.
Hoeveel sites hebben de basis volledig op orde?
Geen enkele. Neem de vier kernsignalen samen, dus gestructureerde data aanwezig, een compleet Organization-schema, een WebSite-schema en een Person-schema, en dan slaagt nul van de 200 sites op alle vier. Vijf sites halen er drie.
Aan de andere kant van de verdeling staan 119 sites die op geen enkel van die vier signalen slagen, zestig procent van de steekproef. Voor een AI-systeem is zo’n site in de praktijk een blad tekst zonder identiteitskaart: leesbaar, maar niet toewijsbaar aan een herkenbare organisatie.
Dat nul is het cijfer dat blijft hangen. Het gaat hier niet om achterblijvers of om vergeten hoekjes van het web: dit zijn tweehonderd Belgische sites met meetbaar bezoek, en niet één ervan heeft de vier basissignalen die een AI-systeem nodig heeft om je met zekerheid te herkennen.
Haalt dan niemand de volle score?
Jawel, maar daarvoor moesten we buiten de steekproef kijken. Onze eigen site haalt 100 op 100: alle tien de SEO-controles en alle tien de GEO-controles staan op groen, gemeten met exact dezelfde scanner op dezelfde dag.
Meteen de kanttekening die je terecht zou maken: clickforest.com zat niet in de 200. Het domein is niet getrokken en staat niet eens in de bronlijst waaruit we trokken, dus het heeft de cijfers hierboven op geen enkele manier beïnvloed. We hebben het apart gemeten, precies omdat de vraag “en jullie zelf dan?” hoort te worden gesteld bij een artikel als dit.
En de tweede kanttekening, want die is nog belangrijker: het is onze eigen meetlat. Een perfecte score op je eigen instrument is per definitie het makkelijkste cijfer dat er bestaat. Daarom staat hieronder niet het getal maar de werkwijze, zodat je het kunt narekenen met welk meetinstrument je ook verkiest.
Wat er concreet staat, en dat is exact de lijst die de 200 gemeten sites missen. Sitebreed gestructureerde data, met een compleet Organization-schema inclusief logo, contactgegevens en een sameAs-lijst naar de echte profielen. Een WebSite-schema, en een Person-schema voor de auteur, zodat er een mens met een naam achter de tekst staat. Verder zijn de tussenkoppen echte vragen met daaronder een antwoord dat op zichzelf leesbaar is, staat er een FAQ-blok op elke belangrijke pagina, en komt de bedrijfsnaam gewoon in de lopende tekst voor in plaats van overal “wij”. Bovenop de klassieke basis die de meeste sites al hebben.
Geen van die dingen is duur of ingewikkeld. Ze zijn alleen zelden gedaan, en dat is precies wat dit onderzoek laat zien.
Hoe is dit onderzoek uitgevoerd, en wat zegt het niet?
De sites zijn willekeurig getrokken uit de Belgische .be-domeinen in de Tranco-lijst, een onderzoeksranglijst van websites, in de versie van 17 augustus 2026. De 250 grootste .be-sites zijn overgeslagen, want dat zijn zoekmachines, banken en media, geen doorsnee websites. Uit de rest is getrokken met een vast startgetal, zodat iedereen die de trekking wil narekenen exact dezelfde 244 domeinen krijgt. Niemand heeft dus zitten kiezen welke sites meededen, ook wij niet.
Van die 244 zijn er 200 gemeten op 18 augustus 2026, allemaal op dezelfde dag. Elke site is één keer opgehaald met gewone browserinstellingen en meteen getoetst op 20 controles: tien op klassieke SEO en tien op AI-vindbaarheid, elk met een eigen gewicht. Er is per site één pagina gemeten, doorgaans de homepage.
Waarom 44 sites niet meegeteld zijn, en waarom dat cijfer hier staat. Vierentwintig waren onbereikbaar, dertien weren geautomatiseerde verzoeken, en vijf leiden door naar een niet-Belgisch domein. Die dertien blokkeerders verdienen aandacht: sites met zo’n beveiligingslaag ervoor zijn vaak juist de professioneel beheerde sites. Ze stilzwijgend weglaten zou de steekproef naar slechter onderhouden sites kantelen en de conclusie van dit artikel flatteren. Vandaar dat het aantal hier staat in plaats van in een voetnoot.
Nu de grenzen, want die bepalen wat je met deze cijfers mag doen.
De steekproef bestaat uit websites met meetbaar bezoek. De volstrekt onzichtbare site die niemand ooit aanklikt, zit er niet in. Dat maakt de uitkomst eerder strenger dan milder: als zelfs sites mét publiek de AI-signalen missen, is de bevinding sterker dan wanneer we alleen vergeten hoekjes hadden gemeten.
Er is geen filter op het soort organisatie. Webshops, kmo’s, media en overheidsdiensten zitten er allemaal in. Een eerdere poging om daarop te selecteren strandde: de automatische indeling zat er in beide richtingen naast, en zelf beslissen wie er in je eigen onderzoek mag, is precies wat een steekproef onbetrouwbaar maakt. Dit is dus een doorsnede van het Belgische web, geen brancheonderzoek.
De scan meet één pagina per site. Een site kan verderop wel degelijk een FAQ of een Person-schema hebben staan. Voor de schema-signalen maakt dat weinig uit, want die horen sitebreed te staan, maar voor de contentsignalen is het een reële beperking.
En de scores komen uit ons eigen model. Welke tien signalen meetellen voor de GEO-score en hoe zwaar ze wegen, is onze inschatting van wat AI-systemen gebruiken, gebaseerd op de documentatie van schema.org en Google plus het onderzoek naar generative engine optimization. Er bestaat geen officiële GEO-standaard om tegen af te toetsen.
Tot slot de foutenmarge. Elke steekproef heeft er een: meet je 200 sites in plaats van alle Belgische sites, dan kan het echte cijfer een eind naast het gemeten cijfer liggen. Bij 200 metingen is die marge ongeveer 7 punten rond een uitkomst van vijftig procent, en ongeveer 4 punten rond een uitkomst van tien procent. De grote uitkomsten in dit artikel, zoals die 97,5 procent en die nul op tweehonderd, liggen daar ruim buiten.
Wat kun je hier deze week mee doen?
Vier dingen, in deze volgorde, want zo lopen ze van grootste effect naar kleinste moeite. Ze volgen rechtstreeks uit de tabellen hierboven.
Begin met gestructureerde data, punt. Zestig procent van de gemeten sites heeft er geen enkele regel van. Zet er een compleet Organization-schema neer met naam, URL, logo, contactgegevens en een sameAs-lijst naar je echte profielen. Dat is het signaal waar 96 procent van de sites op tekortschiet en het beantwoordt de meest basale vraag die een AI-systeem over je stelt. Voeg daarna een WebSite-schema toe en een Person-schema voor de oprichter of de auteur, dat op 98 procent van de sites ontbreekt.
Zet vervolgens je belangrijkste klantvragen als echte vraag-headings op je dienstpagina’s, met daaronder een antwoord van drie of vier zinnen dat op zichzelf leesbaar is. Dat is geen SEO-truc meer, want de rich results zijn weg; het is het formaat waarin je geciteerd wordt. Meer over die aanpak staat in onze GEO-strategieën en in de woordenlijst voor de begrippen.
En noem tot slot je eigen bedrijfsnaam gewoon in de lopende tekst, in plaats van overal “wij” te schrijven. Op 56 procent van de sites is de merknaam onvoldoende verankerd, en een model dat je naam niet in de tekst tegenkomt, heeft niets om aan te halen.
Conclusie: wat dit onderzoek eigenlijk laat zien
Dat de meeste websites niet slecht gebouwd zijn, maar gebouwd voor de vorige vraag. Ze beantwoorden netjes “sta ik in Google” en laten “begrijpt een AI-systeem wie ik ben” onbeantwoord, en dat verschil is met 29,6 punten groter dan de meeste eigenaars vermoeden. Het zit bovendien niet in de content of in het design, maar in een handvol regels gestructureerde data die niemand standaard meelevert.
Wat mij bij het uitzoeken het meest opviel: de sites die het bést scoren op klassieke SEO hebben de bréédste kloof, en dat verband is geen toeval maar loopt netjes op. Wie zijn vindbaarheid serieus neemt, is dus niet automatisch beschermd, en zou juist als eerste moeten kijken. Wil je weten waar je eigen site staat, dan meet de gratis scan exact dezelfde 20 punten als dit onderzoek. Hoe je de bevindingen daarna aanpakt, staat in onze aanpak voor GEO; wie liever eerst een volledig beeld wil, kan terecht bij de GEO-audit. En hoe je merk in AI-antwoorden terechtkomt, behandelt ChatGPT je bedrijf laten aanbevelen.
Jouw merk zichtbaar in ChatGPT, Perplexity en andere AI-zoekmachines
Wil je weten of jouw merk zichtbaar is in ChatGPT, Perplexity en andere AI-zoekmachines? Doe de gratis SEO + GEO scan
Bespreek je uitdaging direct met Frederiek: Plan een gratis strategiegesprek of stuur ons een berichtje
Liever mailen? Stuur je vraag naar frederiek@clickforest.com of bel +32 473 84 66 27
Strategie zonder actie blijft theorie. Laten we je volgende stap samen zetten.
Veelgestelde vragen
SEO zorgt dat je pagina gevonden wordt in de klassieke zoekresultaten, GEO zorgt dat een AI-systeem begrijpt wie je bent en je durft te citeren in zijn antwoord. Ze overlappen deels, maar in onze meting over 200 Belgische websites scoren sites gemiddeld 69,1 op SEO en 39,5 op GEO, dus goed presteren op het ene garandeert het andere niet.
Bijna geen enkele. In onze meting van 200 willekeurig gekozen Belgische websites haalde één site een GEO-score van 80 of hoger. Geen enkele site slaagde op de vier kernsignalen samen, terwijl 119 van de 200 er geen enkele van op orde hadden. Voor klassieke SEO haalden wel 67 sites een score van 80 of meer.
Een compleet Organization-schema is het belangrijkste: naam, URL, logo, contactgegevens en een sameAs-lijst naar je echte profielen. Daarna een WebSite-schema en een Person-schema voor de oprichter of auteur. In onze meting had 96 procent van de sites geen volledig Organization-schema en 98 procent geen Person-schema.
Voor klassieke SEO niet meer, want Google beperkte FAQ-rich-results al in 2023 en verwijderde de documentatie in juni 2026. Voor AI-vindbaarheid wel, want een vraag met een kort en volledig antwoord eronder is precies het formaat waarin een taalmodel citeert. Op 197 van de 200 gemeten sites ontbreekt zo’n vraag-en-antwoordblok volledig.
Met de gratis SEO- en GEO-scan van ClickForest, die per pagina dezelfde 20 controles uitvoert als dit onderzoek: tien op klassieke SEO en tien op AI-vindbaarheid. Je krijgt per controle wat er gevonden is en wat je eraan kunt doen. Voor een volledig beeld over de hele site bestaat daarnaast de GEO-audit.
Op 100 van de 100, zowel op de tien SEO-controles als op de tien GEO-controles, gemeten met dezelfde scanner op dezelfde dag als het onderzoek. ClickForest.com zat bewust niet in de steekproef van 200 en heeft die cijfers dus niet beïnvloed. Wat het verschil maakt: sitebreed gestructureerde data, een compleet Organization-schema met sameAs, een WebSite- en Person-schema, vraag-headings met een kort antwoord eronder en een FAQ-blok op elke belangrijke pagina.
Bronnen en referenties
Waar de steekproef vandaan komt:
- Tranco: onderzoeksranglijst van websites (lijst van 17 augustus 2026) · https://tranco-list.eu/
schema.org:
- schema.org: Organization (het blok dat zegt welk bedrijf achter de site zit) · https://schema.org/Organization
- schema.org: Person (founder- en auteursignaal) · https://schema.org/Person
- schema.org: WebSite · https://schema.org/WebSite
Google:
- Google Search Central: "Intro to how structured data markup works" · https://developers.google.com/search/docs/appearance/structured-data/intro-structured-data
- Google Search Central: SEO Starter Guide · https://developers.google.com/search/docs/fundamentals/seo-starter-guide
Wetenschappelijk onderzoek:
- Aggarwal e.a., "GEO: Generative Engine Optimization" (arXiv 2311.09735) · https://arxiv.org/abs/2311.09735






